Preek van: 29-01-2012

< Preek afdrukken>
Door: Ds. Vissinga
Marcus 1, 21-28 en Psalm 93

Lieve gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Van de vier evangelisten valt Marcus direct met de deur in huis. Ineens is Jezus daar, hij laat zich dopen door Johannes en verkondigt het goede nieuws: de tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws. 

Er is bij Marcus geen voorbereiding op de geboorte van Jezus, en ook geen mooi geboorteverhaal. 

Het lijkt wel of hij haast heeft: zo snel mogelijk moet duidelijk worden wie Jezus is.

Hier, in dit eerste hoofdstuk van zijn evangelie tekent Marcus Jezus als rabbi en genezer. 

Er gaat gezag van hem uit. Niet alleen van zijn woorden, maar ook van zijn daden. Er gaat een geweldige invloed van Jezus uit op de mensen, die met Hem in aanraking komen. Mensen genezen aan zijn woorden en daden. 

In de synagoge van Kafarnaum komt Jezus op de sabbat in contact met een mens met een onreine geest. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

Het begrip ‘onreine geest’ stamt uit een tijd dat er nog geen medische wetenschap bestond. Waarschijnlijk werden met ‘onreine geesten’ allerlei ziekten bedoeld die wij tegenwoordig benoemen met verschillende termen uit de psychologie. 

Wij spreken over neurose en psychose, over schizofrenie, manie en depressie. 

Maar de wat antiek aandoende benaming ‘onreine geest’ vertelt van een heel realistisch levensbesef, namelijk dat je als mens onder invloed bent van machten - je zou wel anders willen, maar je kunt niet. 

Iets daarvan kom je tegen als mensen als een excuus voor hun woorden en daden aangeven, dat ze nu eenmaal zo zijn. Ja, dominee, ziet u, ik zou wel anders willen, maar ‘t zit gewoon in me, ‘t is m’n karakter, zo ben ik nu eenmaal. En zo blijven mensen zoals ze zijn, ze zijn slachtoffer van zichzelf.

En wat van gewone mensen in het klein geldt, dat gaat ook op voor de wereld in het groot. Zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar. Er is nu eenmaal niets aan te doen.

Dat is het grote thema van veel verhalen, legenden en mythen. ‘Er is nu eenmaal niets aan te doen’. Bergen zijn bergen, dalen zijn dalen, rijken zijn rijk en armen arm, onreine geesten zijn onreine geesten. Je zou wel anders willen, maar het is niet anders. Leg je daar nu maar bij neer. 

De mens met de onreine geest in de synagoge wordt tot een spreekbuis van deze machten: ‘wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazareth? Niets toch? Het gezag van de goede God geldt toch eigenlijk niet in deze wereld van kwade machten?’

‘Onreine geest’ wil nog iets anders uitdrukken; een verschrikkelijke consequentie van dit staan onder kwade machten, namelijk dat je er niet langer bij hoort, bij de mensen. Onrein betekent dat je ongeschikt bent voor de tempel, dat je buitengesloten bent uit de kern van het leven. Je leidt een leven dat geen leven is, want je bent afgesneden van de anderen, geen contact, geen communicatie meer, opgesloten in jezelf, een leven in eenzaamheid en wanhoop.

Is dat leven? Geleefd worden door een kwade macht, of meerdere kwade machten, buitengesloten van de anderen? Moet dat zo blijven, moeten de mensen die zojuist in de synagoge hebben horen voorlezen uit de bijbel zich daarbij neerleggen? Of valt er op gezag van Jezus wat anders te leren?

Jezus gebiedt de onreine geest te zwijgen en uit die mens te gaan. En onder luid geschreeuw en stuiptrekkingen gebeurt wat Jezus gebiedt. 

Groot is de indruk die Jezus maakt; wie het zien zijn zeer verbaasd. Jezus, een mens als zij, een mens als wij, tot zulke dingen in staat. Wie is Hij? Een wonderdoener? 

Wonderdoeners van toen en nu, gebedsgenezers en magnetiseurs laten zien dat er vormen van genezing bestaan die boven ons begrip uitgaan. In de cultuur van Jezus’ dagen was iedere dokter min of meer een wonderdoener. Maar bij Jezus gaat het niet om zo maar wonderen. Wat hij doet staat helemaal in het teken van wat hij zegt, van zijn verkondiging. En die luidt dat het Koninkrijk van God dichtbij gekomen is, het rijk en de tijd waarover de profeten gesproken hebben, waarnaar de mensen hebben uitgekeken, vrede, gerechtigheid, genezing, heil. 

Wat wij wonderen van Jezus noemen, dat zijn de plaatjes bij zijn woorden, doorkijkjes naar die toekomst van God, die nu al even zichtbaar wordt in het hier en nu. Zoals een straal zonlicht door een

donker wolkendek heenbreekt en even laat zien wat er achter de wolken is, zo werpen de tekenen van Jezus een blik op de toekomst. Zo zal het worden, daar zijn we heen op weg. 

De dingen liggen dus niet onveranderlijk vast. De opstanding van Jezus uit de dood is het voorschot op die toekomst. Daarin wordt nu al zichtbaar waar het uiteindelijk op uit zal lopen. 

‘t Komt er intussen voor ons wel op aan of we gehoor willen en kunnen geven aan die woorden en daden van Jezus. Dat heeft met geloven te maken, in de zin van je durven toevertrouwen aan God, aan Jezus, dat het waar zal worden waar we een glimp van hebben opgevangen. 

Dat geloof en vertrouwen staan wel steeds onder druk. Worden op de proef gesteld door ons leven van elke dag, waarin we - met de woorden van vanmorgen - onreine geesten in onszelf en om ons heen tegenkomen. 

Maar we kunnen elkaar er ook bij helpen om ze tegemoet te treden als in principe overwonnen en achterhaald. De toekomst is aan God.

Alleen daarom, alleen om Hem zijn we niet machteloos. Heeft het zin tekenen op te richten in het voetspoor van Jezus. Door vluchtelingen een veilig onderkomen te bieden, door ziekenhuizen in te richten en scholen te bouwen, door ouderen met aandacht en respect te omringen.

We hebben elkaar daar wel bij nodig. Alleen kunnen we het niet. Daarom komen we samen, zondag aan zondag en door de week; ook Jezus zelf had het nodig op de sabbat naar de synagoge te gaan - hoe zul je het anders uit jezelf kunnen volhouden?

We hebben het nodig om zulke verhalen te horen, en weer opnieuw te horen. Zodat we het blijven weten: de kwade machten zijn overwonnen. Het wachten is op de eindoverwinning. Maar die komt.

Dat geloven we vast en zeker. In Jezus’ Naam. 

          Amen